header9.jpg

Zoek op deze site

Contact

R.K. Parochie v/d H. Maria

Pastoraal Centrum:
Brinklaan 42
1404 EX Bussum

Telefoon: 035-6931591
(van 8.00 tot 16.00 uur)
E-mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken  

 
Home arrow Platfom Gemeenschapsopbouw arrow Project Bondgenoten zoeken
Project Bondgenoten zoeken Afdrukken

Sinds februari 2009 zijn wij de stuurgroep van het project “Bondgenoten zoeken”. Wij gaan stimuleren, dat parochianen hun blik naar buiten richten en op zoek gaan naar mensen en organisaties om voor kortere of langere tijd  samen op te trekken. Graag  willen wij binnen de parochies van regio Gooi-West (Weesp, Muiden, Muiderberg en Bussum) een beweging op gang brengen die zich van binnen naar buiten keert .


Vitaliteit

In oktober 2008 hebben wij  met parochianen van regio Gooi West gesproken over onze parochiegemeenschappen. Wij zijn het er over eens, dat wij kleiner worden. Ook zien wij, dat bijna alle vrijwilligers zich inzetten voor een steeds kleiner wordende groep. Ondertussen groeit de kloof met niet kerkelijke mensen én met katholieken, die alleen bij bepaalde gelegenheden in de kerk komen, alleen het parochieblad ontvangen of alleen bijdragen aan Kerkbalans.  Om nog maar niet te spreken over  de velen, die alleen nog maar als katholiek ingeschreven staan. Deze ontwikkeling bedreigt de vitaliteit van onze geloofsgemeenschap. Voor vitaliteit is uitwisseling nodig, vers bloed.  


Werkwijze

Het afgelopen half jaar hebben wij twee bijeenkomsten georganiseerd, een voor leden van parochiebesturen en parochievergaderingen, een voor leden van platforms en werkgroepen. Tijdens beide bijeenkomsten kregen wij ondersteuning van stafmedewerkers van het dekenaat Amsterdam.  De  komend tijd gaan wij op bezoek bij platforms/koepels en werkgroepen.  Wij hopen dat deze beweging weerklank vindt en onze geloofsgemeenschappen vitaler en levendiger zal maken.


Geloofsgemeenschap met open grenzen

Wij zoeken bondgenoten, niet met het doel om de kerk weer vol te krijgen, maar om gedurende kortere of langere tijd samen op te trekken, samen op weg te gaan. Vanuit een besef van verbondenheid dat wij allemaal mensen zijn met zwakke en sterke kanten, met inspiratiebronnen, met verantwoordelijkheid voor medemens, samenleving en natuur. En: wij zullen van elkaar leren en samen staan wij sterker.

Wij zoeken bondgenoten, die hoopgenoten zijn.


Vindplaatsen

Er zijn veel contactmomenten met mogelijke bondgenoten:ouders van eerste communicanten bezoekers van rouwdiensten, parochianen, die het parochieblad ontvangen, mensen, groepen, instellingen, met wie onze werkgroepen contact hebben en met wie ze samenwerken . En……vul maar in. Als je de knop “naar binnen gericht” omzet in “naar buiten gericht”: vind je overal mogelijke bondgenoten/hoopgenoten, zeker als je samen met anderen op zoek gaat.

Marcel Elsenaar (stafmedewerker van het dekenaat Amsterdam) gaf een mooi voorbeeld van bondgenoten zoeken in de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg, waar hij woont. Deze wijk kent veel nieuwe bewoners, die elkaar minder goed kennen maar wel een gemeenschap vormen. Hij betrok bij de herdenkingsdienst rondom Allerzielen zijn buren en buurtbewoners.  Hij benaderde de één om over de inhoud mee te denken, de andere om de flyers te ontwerpen enzovoorts...Door mee te werken aan de opzet van de herdenking werd iedereen enthousiast en werd de viering een groot succes. Deze mensen werden elkaars bondgenoten!


De stuurgroep van “Bondgenoten zoeken”.
Wil Ebbelaar, Hannie Kuypers en Jan Haen  (de.Laurentius in Weesp ende .Nicolaas in Muiden/Muiderberg)
Jaap Fokker en Leny Leurs (de Jozef in  Bussum),
Ludovic Beukers, Wim Hageman en Gerhard van Vilsteren (de Maria in Bussum).

 

ARTIKEL VAN MARCEL ELSENAAR
stafmedewerker catechese van het dekenaat Amsterdam.
Het artikel is een uitwerking van zijn lezing op 16 mei 2009 in de Boskapel in Muiderberg.

Project Bondgenoten – hoopgenoten

Allereerst complimenten. Deze beweging komt voort uit de commissie die zich in eerste instantie bezighield met het invullen van bestaande vacatures in de organisatie van de parochies van de regio Gooi-west: de Mariaparochie, de Josefparochie en de MWM-parochies. Het inzicht dat hier doordrong is dat niet de te vervullen vacatures het probleem vormen, maar de vitaliteit van de parochies, en dat d o0orzaak ligt in het te weinig maatschappelijk present zijn gaat niet alleen op voor deze parochies, maar is een probleem van de katholieke kerk in brede zin.

I Drie gedaantes van kerk

In de analyse die daarvan door praktisch theologen is gemaakt komt naar voren dat de kerk te weinig beweging meer is. Zij gaan uit van drie gedaantes van de kerk:
Het instituut
De gemeenschap
De beweging

Alle drie de gedaantes dienen een doel. Maar als één van hen verloren gaat, gaat het geheel mank, en zal vitaliteit verliezen.  De kerk is als beweging van volgelingen van Jezus van Nazareth ontstaan. Aangespoord door de geest gingen de leerlingen doen wat hen werd ingegeven. In het boek Handelingen lezen we dat duidelijk terug. Hun belangrijkste bron was het leven en de opstanding van Jezus. Toch hadden zij ook al te maken met instituut: het Jodendom van hun tijd. Op den duur heeft het christendom buiten het Jodendom een eigen instituut geschapen. Dat instituut beheert het erfgoed, de verbinding met de oorspronkelijke beweging. ( dus het verwijt dat het instituut behoudend is, is eigenlijk verwijten dat zij haar taak vervult.) De beweging groeide en de ene gemeenschap van volgelingen bracht vele plaatselijke gemeenschappen voort, die elk ook een eigen kleur kregen. Dat werd in de eerste eeuwen ook als probleem erkend, waardoor er in concilies ( kerkvergaderingen ook werd gewerkt aan de eenheid. Daaruit ontstond de Bijbelse canon, de geloofsbelijdenis, en de instelling van het bisschopsambt ( en later het priesterambt): nieuw instituut.

Bewegingen in het verleden
In de loop van de geschiedenis is die driedeling voortdurend als een lopend vuurtje terug te vinden. De instelling van vaste elementen ( instituut) leidde tot meer eenheid van de plaatselijke gemeenschappen, maar ook tot nieuwe beweging die verstarring tegenging.  De nieuwe bewegingen zochten altijd naar stromend water: waar leeft de boodschap van Jezus Christus nu? Waar vinden we de waarheid van zijn leven, sterven en de opstanding in het leven van mensen, en hoe kunnen we daar trouw aan zijn? Dat leidde bij voorbeeld tot armoedebewegingen in de tijd van Franciscus. De kerk die teveel op een machtspositie is gekomen en vooral instituut en plaatselijk gemeenschap was, verloor het levende evangelie uit het oog. In de scene van de film ‘Franceso’ is hier een prachtige scene over: Franciscus verschijnt voor de paus en een aantal kardinalen. Hij legt uit welke eenvoudige manier van leven hij voorstaat: armoede, kuisheid, gehoorzaamheid. Één van de kardinalen reageert: ‘zo’n leven is toch niet te doen?’ Waarop een ander zegt: ‘Het is wel wat in het evangelie staat!’

De reactie op bewegingen
Daarmee komen we op een volgend punt. Wanneer we het evangelie in woord en daad present willen stellen in de samenleving, dan vraagt dat wat van onszelf.  En het zal bij sommigen op weerstand stuiten. Die zal zichtbaar worden in een aantal reflexen:
De institutionele reflex: op welk gezag doen jullie dit? Moeten we niet allereerst aandacht besteden aan ….(en dan volgen allerlei institutionele argumenten).
De vermoeidheid van de gemeenschap: hebben we niet genoeg zorgen in onze eigen kring?
De hopeloosheid: ach, dat hebben we allemaal al eens geprobeerd. Ze komen toch nooit weer de kerk in!

Succesvolle bewegingen binnen de kerk geven ons de antwoorden op deze reflexen: 
zij zijn duidelijk trouw aan het instituut terwijl zij gehoor geven aan de levende Geest. Zij doordenken dit ook theologisch zodat zij een antwoord hebben aan degenen die angstig zijn voor het loslaten van vaste elementen.
Zij proberen niet de hele gemeenschap mee te nemen, maar beginnen met een kleine groep mensen nieuwe wegen te banen waarop anderen kunnen volgen.  De nieuwe groep brengt de vruchten en zorgen van hun werk wel in de oude gemeenschap in, maar verwacht geen andere steun dan het gebed. ( maakt zich niet afhankelijk van de oude gemeenschap)
Zij lezen het evangelie en hebben ook hun eigen gebed opgenomen in het nieuwe werk. Het is de bron waaruit zij putten.  De vreugde krijgt hiermee een basis. Ook de onderlinge vriendschap blijkt vaak een belangrijke factor.
Zij hebben niet als doel om mensen weer de kerk in  te krijgen, maar zijn oprecht dienstbaar en laten mensen vrij om zich aan te sluiten. Elke persoon die zich bij het werk aansluit krijgt echte belangstelling, lidmaatschap is er niet. Je bent aangesloten als je mee doet.  De wijsheid hierachter is dat het mensen de vrijheid geeft om zelf te groeien in verbondenheid. Wanneer mensen aangeven dat ze meer willen betekenen voor de beweging geef je ze meer verantwoordelijkheid.  Het kunnen overdragen van taken en mensen helpen om die over te nemen is belangrijk.

Tot zover de theorie van de beweging in de kerk.

II Presentie vanuit spiritualiteit en diaconie. 

Tijdens het tweede Vaticaans concilie is onder missie of missionair een tweeledige activiteit verstaan:
Het bekendmaken van de goede boodschap aan alle mensen. Het wekken, voeden, bevestigen en kritiseren van het geloof bij mensen.
Het doordesemen van de samenleving met de waarden van het evangelie: het opkomen voor gerechtigheid en vrede en het doen van caritas.

Deze twee horen bij elkaar en gelden zowel binnen de eigen gemeenschap van de kerk als daarbuiten. Het is immers onzin om naar buiten toe het evangelie te gaan verkondigen als de mensen binnen het niet verstaan hebben. Hetzelfde met het doen van caritas: gaan zorgen voor mensen buiten terwijl de nood onder elkaar niet gezien wordt.  Dit lijkt op eigen volk eerst. Maar het heeft vooral ook met geloofwaardigheid te maken. De kerk die naar buiten toe predikt wat zij zelf niet voldoende waarmaakt in de eigen kring getuigt niet van het evangelie.

De genoemde tweedeling van de missie bergt ook nog een andere wijsheid in zich: door het doen van het woord krijgt het woord uit de bijbel ook kracht. Doordat je datgene dat je leest kunt koppelen aan ervaringen ga je meer elementen van het verhaal snappen. Daardoor is het evangelie telkens weer inspirerend. Het leerproces heeft de weg naar binnen ( lezen, overwegen, bespreken met anderen) nodig, en de weg naar buiten ( vriendschap met de armen, maatschappelijke ontwikkelingen analyseren, mensen samenbrengen die verdeeld zijn geraakt )

Groeimodel
Daarom is het groeimodel van het bisdom Rotterdam een goed instrument. Het geeft aan welke vier bewegingen samen de cyclus van groeien in het evangelie vormen, vanuit het type parochie dat je bent. Er is een vierdeling gemaakt: de Rots, de Uitvalsbasis, het luisterend oor, de Vrijplaats ( zie bijlage 1).
De rots ( naar binnen gericht, heldere eigen waarheid) zal moeten leren zich te manifesteren.
De Uitvalsbasis ( naar buiten gericht, heldere eigen waarheid) zal moeten leren om meer te luisteren naar de ander en zich in te leven.
Het luisterend oor ( naar buiten gericht, zwakke waarheid) zal tijd moeten nemen om zich te bezinnen op het gehoorde en geziene in de wereld en het te doordenken vanuit de traditie.
De vrijplaats ( naar binnen gericht, zwakke waarheid) zal door zich te verdiepen een helderder gezamenlijk standpunt vanuit de traditie krijgen.
Voor elke beweging geldt dat zij de vitaliteit van de gemeenschap ten goede komt. De verschillende bewegingen zijn concreter uitgewerkt in bijlage 2.

Het evangelie krijgt pas kracht wanneer het van binnenuit gedragen wordt, en met liefde voor de ander naar wordt geleefd. Het vraagt om een dynamiek: van buiten naar binnen, en van binnen naar buiten. Van bronnen van waarheid naar vragen, en van vragen naar bronnen van waarheid.

Waar beginnen?
Heel simpel gesteld is de opdracht: naar buiten toe.
En we weten ook dat we niet méér moeten willen doen dan we nu doen. Dus wat is er nodig om nieuwe mensen te betrekken bij de huidige activiteiten, huidige aandachtspunten? Dat kan verschillen per werkgroep. De werkgroepen zouden zichzelf de vraag moeten stellen: wat is onze eerste stap naar verbinding met bondgenoten?
Misschien is de term die ik bij Jozef Wissink vond nog beter: hoopgenoten. In bondgenoten zit weer dat binden, maar net als Abraham Isaac gebonden had en los moest maken, zo moeten wij ook niet de mensen willen binden, maar onze hoop met hen delen, en daar mee aan de slag gaan.

‘Minder actieve’ parochianen
Een andere vraag komt voort uit het verhaal van een Utrechtse pastor die nieuw was in zijn parochie, en al snel dacht dat hij op het gebied van diaconie niet te veel moest vragen van zijn al zwaar belaste vrijwilligers. Tot hij tot zijn verbazing op allerlei plekken in de wijk ( buurtcomités, openavonden, scholen, inspraakavonden) er achter kwam dat daar parochianen actief waren voor een betere samenleving.  (uit art.Wissink)
De vraag die wij ons kunnen stellen is : waar zetten ‘minder actieve’ parochianen zich in voor een betere samenleving? Hoe kunnen we deze mensen beter leren kennen, en van hen leren?

Waar leeft het al?
Ook kun je kijken waar al wordt gewerkt met minder actieve parochianen en buitenstaanders. Waar al activiteiten zijn die zich richten op de breedte van de samenleving. Volgens het proncipe van Frits van der Ven sj. Moet je dan: aanblazen, niet uitblazen. Dat betekent: deze activiteiten meer centraal stellen, meer aandacht geven.

Voorlopers aanmoedigen
Niet iedereen is bereid of in staat  om nieuwe wegen te gaan. Voor de ene persoon is dat veel aantrekkelijker dan voor een ander.  Vanuit een gedeeld visioen kun je de mensen die met elkaar sneller in die richting projecten willen opzetten ook met elkaar in contact brengen en een groepje pioniers/ verspieders de ruimte geven, en de weg te banen voor anderen.
Dit heeft een aantal voorbeelden:
Het lost de spanning tussen behoudend en vernieuwend op. Voor beide is ruimte.
Het neemt de angst weg van mensen die het eng vinden om dingen anders te gaan doen. De pioniers leren hoe het werkt en als zij het hebben uitgevonden kunnen anderen daarvan profiteren.
Het zadelt de pioniers niet op met de last van de vermoeidheid van de organisatie.
Voorwaarden zijn wel:
Gedeeld visioen: daar gaan we naartoe
Ruime evaluatietermijn ( niet na een jaar gaan tellen hoeveel vacatures dankzij de vernieuwing zijn vervuld)
Goede terugkoppeling van de pioniers naar de werkgroepen.
Dat pioniers niet in hun eentje aan de slag gaan. Minstens twee aan twee.

Strategische partners
Bondgenoten zijn niet alleen de concrete mensen in of om de parochie, maar ook organisaties. Vanuit hun belangen kunnen maatschappelijke organisaties vaak goede partners zijn voor de kerk. Te denken valt aan gemeenten, woningbouwverenigingen, zorgaanbieders, ondernemersverenigingen, etc. die in hun doelstellingen ook elementen van zorg en samenlevingsopbouw hebben staan. Op projectbasis ( duidelijk begin, duidelijk eind en helder omschreven doelstellingen) kan hier goed worden samengewerkt. De kerk heeft hen ook iets te bieden: kennis van de samenleving, vanuit een bepaalde manier van kijken. Een vrijwilligerskader dat inzetbaar is van binnenuit.
Het projectmatig werken heeft ook als voordeel dat het deels met extern geld gefinancierd kan worden via fondsen. Zeker op het gebied van diaconie is veel geld beschikbaar, ook bij voorbeeld voor de training van vrijwilligers die diaconaal aan de slag gaan.

Goede voorbeelden
Het is heerlijk om zelf creatief te zijn en je eigen traject te ontwikkelen. Tegelijk is het ook heel zinvol om te kijken waar anderen met hetzelfde bezig zijn.  Ga eens op bezoek bij een project  dat aansluit bij je eigen beweging. Kijk wat ze doen, en hoe ze dat doen. Vraag hoe ze ertoe zijn gekomen, en hoe lang het heeft geduurd voor het werkte. Welke lessen hebben zij geleerd? Er is ook literatuur die deze ontwikkelingen beschrijft.
Betrek er ook dekenale en bisdommedewerkers bij. Laat evt. een theologiestudent een onderzoeks-project doen.
Kerkelijke projecten die ook op deze lijn zitten: stichting Present, HIP (hulp in de praktijk), Sant Egidio.

Wees alert op kansen die zich voordoen
Bij voorbeeld de maatschappelijke stages voor het onderwijs. Maar ook de Wereldjongerendagen in Madrid, gebeurtenissen in de actualiteit.  Trends als Mindfullness, ethische debatten, etc.

III Tot besluit

Het project bondgenoten is een belangrijk project, omdat het een van de drie aspecten van kerk-zijn activeert die onmisbaar is voor het levende evangelie en het evangelisch leven. Het belooft wat, en ook dat is belangrijk. God heeft in de bijbelse verhalen altijd de toekomst geopend voor mensen. Door hen te bevrijden uit slavernij en uit hun eigen illusies. Hij heeft mensen altijd de weg gewezen naar die open toekomst, het beloofde land. Of wij er binnen zullen gaan weten wij niet. Dat het de moeite waard is om op weg te gaan wel.
Ik wens jullie veel lef, kracht, vertrouwen en enthousiasme!

M.Elsenaar
Stafmedewerker catechese, vorming en toerusting dekenaat Amsterdam

 
< Vorige   Volgende >

Kalender

apr Mei 2012 jun
MaDiWoDoVrZaZo
   1  2  3  4  5  6
  7  8  910111213
14151617181920
21222324252627
28293031 

Komende vieringen

Sorry, no events to display